Kennisbank

CO2 en binnenklimaat in het klaslokaal: waar het meestal aan ligt

Te warm lokaal, benauwde lucht in het achtste uur, een CO2-meter die in het rood staat en ventilatie die op vol vermogen draait zonder dat iemand er iets van merkt. Dit artikel gaat over de vraag waar dat doorgaans aan ligt. Regelgeving blijft hier buiten beschouwing.

Klimaatklachten in scholen eindigen opvallend vaak bij een offerte voor nieuwe installaties. Dat is begrijpelijk, want de klacht is fysiek voelbaar en een installatie is tastbaar. Maar in de gebouwen die wij bekijken zit een groot deel van de oorzaken niet in de installatie, maar in de regeling ervan. De techniek kan het wel, hij wordt alleen niet gevraagd om het te doen.

Hieronder de oorzaken op volgorde van waarschijnlijkheid, zoals ze in de praktijk langskomen. Begin bovenaan. Daar valt het goedkoopst en het vaakst iets te winnen.

De oorzaken, op volgorde

Meest voorkomend

Setpoints die niemand meer kent

Ergens in de regeling staan streefwaarden die jaren geleden zijn ingevoerd, vaak naar aanleiding van één klacht van één docent. Een lokaal dat op 22,5 graden staat terwijl de rest op 20 staat, of een stooklijn die te steil is afgesteld. Niemand weet nog wie het heeft veranderd en waarom. Dit kost niets om te controleren en lost een verrassend groot deel van de klachten op.

Heel vaak

CO2-sturing die niet stuurt

Er hangt een CO2-sensor, er is een meter in het lokaal, en toch beweegt de luchthoeveelheid niet mee. Soms omdat de sensor nooit aan de regeling is gekoppeld en alleen een display voedt. Soms omdat de sturing wel bestaat maar op een vaste minimumstand is gezet na een storing, en daarna niet is teruggezet. Het lokaal ventileert dan constant hetzelfde, ongeacht of er dertig kinderen of niemand zit.

Heel vaak

Een klokprogramma dat niet meer bij het rooster past

Het klokprogramma is ingesteld bij oplevering en het rooster is sindsdien tien keer gewijzigd. Voorschool die om zeven uur begint, avondgebruik door een vereniging, een lokaal dat naar een andere verdieping is verhuisd. Het gebouw ventileert en verwarmt dan op de verkeerde uren: koud bij aanvang, warm en benauwd in het achtste uur, en vol vermogen in een leeg gebouw.

Regelmatig

Kleppen die vastzitten

Een luchtklep die mechanisch klemt of een servomotor die stuk is geeft precies het beeld van ventilatie die draait zonder effect. De regeling vraagt honderd procent, de ventilator levert, en de klep naar dat ene lokaal staat op tien procent. Zonder terugmelding ziet niemand het verschil tussen gevraagd en geleverd. Hetzelfde geldt voor radiatorafsluiters die in de open stand blijven hangen, met een lokaal dat onophoudelijk te warm is.

Regelmatig

Sensoren die verkeerd hangen

Een ruimtesensor boven een radiator, naast de deur, in de zon of achter een kast meet niet wat het lokaal ervaart. De regeling doet dan precies wat hem gevraagd wordt, op basis van een verkeerd getal. Dit is te herkennen aan lokalen die structureel afwijken van vergelijkbare lokalen in hetzelfde gebouw.

Minder vaak dan gedacht

Werkelijk te weinig capaciteit

Pas als het bovenstaande klopt, is te beoordelen of er echt te weinig luchtdebiet of koelvermogen is. Soms is dat zo, bijvoorbeeld bij een lokaal dat een andere functie heeft gekregen of een klas die groter is geworden. Maar het is de duurste conclusie, en hij wordt vaak getrokken voordat de goedkope oorzaken zijn uitgesloten.

Hoe je dit uitzoekt zonder direct te investeren

Begin met kijken, nog voor u gaat meten. Loop met degene die het gebouw beheert langs de regelkast en vergelijk wat er ingesteld staat met hoe het gebouw feitelijk gebruikt wordt. Leg het klokprogramma naast het lesrooster. Vraag in welke lokalen geklaagd wordt en of dat dezelfde lokalen zijn als vorig jaar.

Daarna pas de techniek in. Staat de gevraagde stand gelijk aan de geleverde stand, geven de sensoren plausibele waarden, en bewegen de kleppen als de regeling erom vraagt. Dat is een kwestie van uren, geen project.

Een CO2-meter in het lokaal is daarbij nuttig, maar hij is een thermometer en geen diagnose. Hij laat zien dat het misgaat en op welk moment van de dag, niet waarom.

En als de regeling toch aangepakt moet worden

Soms blijkt na zo'n ronde dat de regeling wel degelijk op de schop moet. De installatie is te vaak gewijzigd, het platform wordt niet meer ondersteund, of de sturing is er destijds simpelweg niet in gelegd. Dat is het moment om even verder te kijken dan de klacht.

Vanaf 2030 gaat de vermogensgrens voor de GACS-verplichting van 290 kW naar meer dan 70 kW, en daarmee komt een groot deel van het onderwijsvastgoed in beeld. De functies die dan geeist worden, zoals sturing op bezetting, meten per systeem en signalering van afwijkingen, zijn goeddeels dezelfde functies die uw klimaatklachten oplossen.

Het verschil zit in de timing. Wie de regeling nu vervangt zonder die eis mee te nemen, doet over een paar jaar een deel van het werk opnieuw. Wie het meeneemt, betaalt het verschil in plaats van het geheel.

Wat dat concreet betekent voor een schoolbestuur, inclusief de vraag welke gebouwen straks onder de grens blijven, staat op GACS voor scholen.

Klachten in een lokaal?

Beschrijf wat er speelt en in welke lokalen, dan geef ik aan waar ik als eerste zou kijken. Ik voer geen installatiewerk uit, dus er volgt geen offerte uit het antwoord.

info@hetgacsloket.nl | +31 6 28849861

Deze uitleg is algemeen. Wat er in een specifiek gebouw speelt, blijkt pas uit de situatie ter plaatse.