Kennisbank · Actueel

Wat verandert er per 29 mei 2026 voor GACS?

Op 29 mei 2026 is de eerste tranche van de EPBD IV in werking getreden. Voor gebouwautomatisering is dat een belangrijker moment dan het in de markt lijkt te landen. De GACS-verplichting bestond al, maar de eisen zijn nu uitgebreider en concreter uitgewerkt — en er is een keuringsplicht komen te vervallen.

De GACS-verplichting is niet nieuw

De GACS-eis komt oorspronkelijk uit de EPBD III en staat al langer in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), in paragraaf 3.7.12. Voor bestaande bouw gaat het om artikel 3.145 (welke gebouwen onder de verplichting vallen) en artikel 3.146 (aan welke eisen een GACS moet voldoen).

Strikt genomen hadden grote utiliteitsgebouwen al eerder over een GACS moeten beschikken. In de praktijk bleek dat niet haalbaar: de eisen waren lang onvoldoende uitgewerkt en de markt had niet de capaciteit om alle meet- en regelinstallaties op tijd aan te passen.

Wat er op 29 mei 2026 is gebeurd, is dus geen introductie van een nieuwe plicht. Het is een aanscherping en verduidelijking van een plicht die er al was.

Wat is er concreet veranderd?

1. De eisen zijn uitgebreider en specifieker

Voor gebouwen met een verwarmingssysteem of koudeopwekking van meer dan 290 kW gold de verplichting al. Voor deze gebouwen geldt vanaf 29 mei 2026 een uitgebreidere en duidelijker uitgewerkte set eisen. Dat betekent voor veel gebouweigenaren dat een systeem dat eerder "waarschijnlijk wel voldeed" opnieuw tegen het licht moet. Niet omdat de installatie veranderd is, maar omdat de meetlat scherper is geworden.

2. Binnenmilieukwaliteit is toegevoegd

Nieuw is dat er voor zowel grote als middelgrote gebouwen verplichtingen zijn toegevoegd voor het monitoren en regelen van de binnenmilieukwaliteit — denk aan temperatuur en ventilatie. Daarnaast moet er worden gezorgd voor automatische regeling van de verlichting in utiliteitsgebouwen.

Dit is inhoudelijk een van de grootste veranderingen. Veel bestaande gebouwbeheersystemen zijn opgezet rond het regelen van installaties, niet rond het aantoonbaar monitoren van binnenmilieucondities. Verlichtingsregeling valt in de praktijk vaak buiten het GBS, in een eigen systeem of helemaal niet geautomatiseerd.

3. De technische uitwerking staat nu in de Omgevingsregeling

De Omgevingsregeling (Or) is uitgebreid met een technische uitwerking van de GACS-eisen. Daarin staat wat er nodig is om aan de eisen te voldoen, met onderscheid naar gebouwgrootte en naar nieuwbouw versus bestaande bouw. Ook zijn de uitzonderingen en uitvoerbare alternatieven beschreven.

Wie alleen naar het Bbl kijkt, mist dus de helft van het verhaal. De functionele eisen staan in het Bbl; hoe je eraan voldoet, staat in de Omgevingsregeling. De aanwezigheid van beschreven uitzonderingen en alternatieven is relevant: het betekent dat "voldoen" niet automatisch neerkomt op één technische oplossing.

4. De EPBD III-keuringsplicht is vervallen

Met de inwerkingtreding van de eerste tranche is de EPBD III-keuring van airconditioningsinstallaties en verwarmingsinstallaties vervallen. De gedachte daarachter is dat een periodieke keuring in de praktijk weinig opleverde, en dat continue monitoring via een GACS meer effect heeft.

Let op

Andere verplichte keuringen blijven wel bestaan. Denk aan keuringen van individuele stooktoestellen en de lekdichtheidscontrole van koudemiddelen in koelinstallaties. Die vervallen niet door de aanwezigheid van een GACS.

5. GACS telt mee in de energieprestatie

De bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen is aangepast. Nieuw is dat energieopslag en systemen voor gebouwautomatisering expliciet worden meegewogen. Daarnaast levert de methode meer detailinformatie op voor het energielabel, zoals het finale energiegebruik en de CO₂-uitstoot.

Praktisch gezien: een goed werkende GACS is niet langer alleen een compliance-verplichting, maar ook een factor in de berekende energieprestatie van het gebouw.

En 2030?

Een deel van de verplichtingen gaat pas later in. Per 1 januari 2030 gelden de eisen ook voor middelgrote utiliteitsgebouwen met een verwarmings- en ventilatiesysteem met een vermogen van meer dan 70 kW. Voor die gebouwen is dit een nieuwe verplichting.

Dat lijkt ver weg, maar het aantal gebouwen dat onder de 70 kW-grens valt is aanzienlijk groter dan de groep boven 290 kW. Wie een portefeuille beheert, doet er verstandig aan die inventarisatie nu al te starten in plaats van in 2029.

Wat betekent dit voor u?

  1. 1

    Bepaal welke gebouwen onder de verplichting vallen. Vermogens van verwarming, koeling en ventilatie zijn hierin bepalend — niet de vloeroppervlakte of het bouwjaar.

  2. 2

    Breng in kaart wat er al is. GBS, EMS, sub-meters, regeltechniek, historische data.

  3. 3

    Toets tegen de functionele eisen, inclusief de nieuwe onderdelen rond binnenmilieukwaliteit en verlichtingsregeling., inclusief de nieuwe onderdelen rond binnenmilieukwaliteit en verlichtingsregeling.

  4. 4

    Bepaal wat aantoonbaar is en wat niet. Dit is meestal het grootste gat, ook bij gebouwen met een moderne installatie. Zie ook: documentatie en aantoonbaarheid.

  5. 5

    Kies pas daarna een technische route. Techniek volgt uit inzicht, niet andersom.

Veel gebouwen hebben al meer aanwezig dan de eigenaar denkt. Het probleem zit vaker in documentatie en aantoonbaarheid dan in de techniek zelf.

Veelgestelde vragen

Moet ik nu direct actie ondernemen?+

Voor gebouwen boven 290 kW gold de verplichting al vóór 29 mei 2026. De aangescherpte eisen maken het wel raadzaam om een bestaande beoordeling opnieuw te toetsen, vooral op de nieuwe onderdelen rond binnenmilieukwaliteit en verlichting.

Vervalt mijn airco-keuring nu echt?+

De EPBD III-keuring van airconditioning- en verwarmingsinstallaties is vervallen. Andere keuringsverplichtingen, zoals lekdichtheidscontrole van koudemiddelen, blijven bestaan.

Voldoet mijn bestaande GBS nu nog?+

Dat is gebouwspecifiek. Een GBS kan onderdeel zijn van een GACS-aanpak, maar de aangescherpte eisen stellen aanvullende vragen over monitoring, analyse, binnenmilieu en aantoonbaarheid die niet elk GBS standaard invult.

Waar staan de eisen precies?+

De verplichting staat in het Bbl (paragraaf 3.7.12, artikelen 3.145 en 3.146 voor bestaande bouw). De technische uitwerking staat in de Omgevingsregeling.

Bronnen

Deze kennisbankpagina is gebaseerd op openbare informatie over:

  • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), paragraaf 3.7.12
  • Omgevingsregeling (Or), technische uitwerking GACS
  • Staatsblad 2026 nr. 103
  • RVO, IPLO en ministerie van VRO over implementatie EPBD IV

Disclaimer: aantoonbare compliance wordt altijd gebouwspecifiek beoordeeld. Wetgeving en interpretatie kunnen wijzigen.

Begin klein. Begin met inzicht.

Plan een startgesprek en ontdek welke gebouwen aandacht vragen en welke eerste stap het meeste oplevert.